Posts tonen met het label Toen Faas niet thuiskwam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Toen Faas niet thuiskwam. Alle posts tonen

zondag 24 april 2016

Reactie op de recensie van Toen Faas niet thuiskwam, door Jet van Os.

In deze reactie wil ik kort ingaan op de intentie van de schrijfster, op de mimesis in het verhaal en op de stijl van de schrijfster.


Een centrale figuur?
Wat is de centrale figuur in Toen Faas niet thuiskwam?
Volgens Jet van Os draait het verhaal “om Petrus, zijn broertje Faas en hun vader.” En vervolgens geeft ze aan dat je hart als lezer uit gaat naar Petrus, het kind dat je ziet worstelen om de familie bij elkaar te houden.
Recensent Gemma Peters heeft hierbij echter een gerede twijfel. De intentie van de schrijfster, Martha Heesen, is blijkbaar een hele andere. In een interview vertelt Martha Heesen dat het haar in het verhaal vooral gaat om de vader: "Het gaat vooral over de vader. Ik heb erg met hem te doen. Hij is een hulpeloze sukkel sinds het overlijden van zijn vrouw.[1]
Het interview met Martha Heesen gaat echter als volgt verder:

zondag 6 maart 2016

Recensie van "Toen Faas niet thuiskwam" van Martha Heesen, door Jet van Os


Martha Heesen, winnares van de Theo Thijssen oeuvre prijs 2015 schreef dit boek in 2003. "Toen Faas niet thuiskwam" is een vertelling van één dag. Het verloop van die dag wordt iets meer dan een jaar later door de vijftienjarige Petrus verteld. Het verhaal draait om Petrus, zijn broertje Faas en hun vader. Het gezin is totaal ontwricht door het overlijden van de moeder van Petrus en Faas. Het onvermogen om hun verdriet te delen en nader tot elkaar te komen zorgt voor spanningen en verdriet.

Petrus is de oudste zoon, hij voelt zich verantwoordelijk voor zijn vader en broertje. Jonger broertje Faas is  hoogbegaafd, en volgens anderen een dromer, geheimzinnig, ongrijpbaar en onberekenbaar (Toen Faas niet thuiskwam, blz. 25) . Hij kan heel goed tekenen, filosofeert over de dagelijkse dingen, en gaat helemaal zijn eigen weg. De band tussen Faas en zijn moeder is intens. Zij begrijpen elkaar volkomen, Petrus voelt zich daar buiten staan:

"Ik had er schoon genoeg van om tegen die rotwind op te tornen, en ik had ook schoon genoeg van die gesprekken tussen mijn moeder en Faas. Je snapte daar nooit wat van, je wist niet eens of ze aan het fantaseren waren of niet. Mijn moeder probeerde wel om mij erbij te betrekken maar ik had niets te zeggen over de tint van de regenwolken en het speciale licht op de duintoppen en wat er met je hoofd gebeurde wanneer je heel lang zo ver mogelijk weg keek." (Toen Faas niet thuiskwam, blz. 33)