Posts tonen met het label jeugdboek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jeugdboek. Alle posts tonen

woensdag 11 mei 2016

Reactie op recensie Oorlogswinter van Ime van Berloo door Saskia van Gaal

Toen ik het boek Oorlogswinter op het fictieblog tegenkwam was ik blij verrast. Ik zag een “oude liefde”. Wat heb ik ze verslonden de boeken van Jan Terlouw.
Ik was een jaar of 10 toen ik de eerste keer las. Mijn leesprikkel was met name de schrijver, maar ook het feit dat ik ouders had die de oorlog hebben meegemaakt.

Ime geeft aan dat haar leerlingen het een leerzaam boek vinden omdat ze meer te weten komen over de tweede wereldoorlog. Ik ben het helemaal met haar eens. Waar ik de verhalen al van mijn ouders kende, kennen de huidige jongeren kennen die misschien nog van grootouders maar die kans wordt steeds kleiner.
Het feit dat met hulp van de Koninklijke Boekverkopersbond, het Centraal Boekhuis en drukkerij Wilco er dit jaar 260.000 boeken ter beschikking zijn gesteld en dat er gratis lesmateriaal voor scholen bij dit boek is ontwikkeld, onderschrijft dat wat Ime heeft gedaan en geschreven; het is een heel goed boek om met leerlingen te lezen en om over te discussiëren.

Ik wil ook nog even inhaken op dat wat Ime schrijft over de dilemma’s waar Michiel voor komt te staan. Inderdaad het voorbeeld dat ze noemt over het wel of niet doodschieten van oom Ben, dat zal (hopelijk) niet snel een dilemma zijn waar ze mee te dealen krijgen. Michiel komt ook voor dilemma’s te staan die wel heel herkenbaar zijn. Wie kan ik vertrouwen? Wie is mijn vriend? Kun je alle mensen over een kam scheren? Deze vragen zijn van alle tijden en zeker heel herkenbaar voor de jongeren. De dilemma’s uit het boek kunnen een goede kapstok zijn om ook dilemma’s van de huidige jongeren te bespreken en uit te werken.

Ben het met Ime eens dat het geschikt is voor adolescenten. Wil daar aan toevoegen dat ik het ook een passend boek vind voor de leerlingen van de bovenbouw van de basisschool. Dit werd bevestigd bij de bibliotheek. Het boek staat ook in het rek voor die leeftijdscategorie.


Naast mijn reactie op de recensie van Ime wil ik ook met jullie delen dat er in april 2008 voor de film ook gedraaid is in mijn woonplaats Megen. Dit was heel bijzonder om mee te maken. Van de twee draaidagen zijn er bijna 4 minuten beeld in de film te zien. De film is zeker ook een aanrader.




maandag 21 maart 2016

Reactie op de recensie "Pizzamaffia" van Erik Meurs door Erik Vloedgraven



Reactie op de recensie "Pizzamaffia" van Erik Meurs door Erik Vloedgraven

Net als Erik heb ik Pizzamaffia gelezen. Naar aanleiding van de recensie die Erik heeft geschreven wil ik graag reageren op het gedeelte “recensie”.

Het eerste punt dat Erik aanstipt in zijn recensie is het taalgebruik in het boek. De schrijver, Khalid Boudou, is zelf van Marokkaanse afkomst en weet straattaal met schrijftaal te vermengen. Erik stelt terecht dat het voor ervaren lezers relatief eenvoudig is om de betekenis van woorden als ‘wallah’  en ‘arwiena’  uit de context te halen. Voor meer beginnende lezers kunnen deze woorden lastiger te begrijpen zijn. Toch ben ik het ook met Erik eens dat dit taalgebruik, met name de spreektaal, voor leerlingen aantrekkelijk kan zijn. Spreektaal en straattaal maken inleving zeker voor VMBO-leerlingen makkelijker. Daarom ben ik het met Erik eens dat het verhaal aantrekkelijk is voor leerlingen om te lezen en dat zij het met plezier zullen lezen. Er zitten genoeg grappige passages in die dit boek aantrekkelijk maken voor jonge lezers vanaf een jaar of twaalf:

‘Die ouwe vrachtwagenchauffeur vroeg om pijlen aan de bar en toen liepen we naar achteren. Ik moest me echt concentreren om niet om te vallen.
Ik kan niet eens normaal tussen de lijntjes schrijven, laat staan pijltjes in de goede richting gooien. De eerste pijlen gingen nog goed. Niet echt in het midden zoals Haas dat deed, maar ik gooide ze in ieder geval op het bord. Maar bij de vijfde keer ging het dus echt fout. Ik vergat, ik weet niet hoe het heet… je weet wel, dat staartje op de achterkant van de pijl. Daardoor zwabberde de pijl naar links en vloog recht tegen een fotolijst waarin allemaal vlaggetjes van motorclubs hingen. Het glas viel in duizenden stukjes op de grond.
Iedereen in de gare tent keek om. Wallah, alsof er net een bomba was ontploft of zo.’ (Pizzamaffia p.89)

De vraag die Erik in zijn recensie stelt over de tijdgebondenheid van het boek is in mijn ogen terecht. Ik ben van een leeftijd dat ik nog weet wat MSN was. Ook weet ik dat Justin Timberlake een zeer bekende artiest was of nog steeds is. Toch denk ik dat dit boek al binnen een aantal jaar moeilijker te lezen is voor de beoogde doelgroep. MSN is nu al niet populair meer en over een paar jaar weten weinig van onze leerlingen nog wie Justin Timberlake was. Daarnaast is het inderdaad de vraag hoe lang deze vorm van straattaal nog hip is. Straattaal verandert net zo snel als de kledingstijl van middelbare scholieren.. Dergelijke zaken maken dat dit boek vrij snel minder goed leesbaar zal worden. Mochten leerlingen dit boek dan alsnog willen lezen, is het bieden van enige context daarbij wel van belang.

Het enige punt uit de recensie van Erik waar ik anders naar kijk is het slot. In het slot komt het verhaal terug bij de proloog. Als lezer weet je dat Brahim achter Haas aangaat, aan het eind van het boek weet je als lezer waarom. Haas (de neef van Brahim) blijkt jaloers te zijn omdat Brahim alles had. Hij wilde hem een kopje kleiner maken, en schuwde daarbij weinig middelen. Uiteindelijk laat Brahim Haas wel leven, hoewel hij een pistool op zijn hoofd richt. Erik valt over het ‘Disney-achtige happy-end’. Dit kan inderdaad wat afgezaagd overkomen op de lezer. Ik zie het echter als een vorm van karakterontwikkeling. Brahim heeft in de achttien maanden die aan deze episode voorafgingen vooral zijn Marokkaanse kant laten zien: hard werken en terugslaan wanneer iemand je slecht behandelt. Brahim kan Haas hier de genadeklap toedienen. Hij doet dit uiteindelijk niet. In mijn ogen kan dit voortkomen uit het feit dat Brahim volwassener is geworden. Hij heeft veel om voor te leven en realiseert zich dat op dat moment. Dat maakt het slot in mijn ogen juist niet kinderachtig. Ik ben het niet meer Erik eens dat deze ingeving van Brahim bedoeld kan zijn om Brahim als held te blijven zien.
Al met al ben ik het wel met Erik eens dat het boek voor de jeugd van nu vanwege de aantrekkelijke schrijfstijl, de grappige situaties en de straattaal waar het boek bol van staat een boek is dat zou moeten aanslaan!

dinsdag 15 maart 2016

Reactie op de recensie "De jongen in de gestreepte pyjama" van Huub Braun door Erik Vloedgraven



Reactie op de recensie "De jongen in de gestreepte pyjama" van Huub Braun door Erik Vloedgraven

Net als Huub heb ik De jongen in de gestreepte pyjama gelezen. Naar aanleiding van de recensie die Huub heeft geschreven wil ik graag reageren op het gedeelte “persoonlijke mening”.
In tegenstelling tot wat Huub schetst had ik niet gelijk de aandrang om dit boek uit te lezen. Ik had eigenlijk best veel moeite om dit boek door te worstelen. Dat kan een gevolg zijn van de schrijfwijze van Boyne, maar kan ook een gevolg zijn van de vertaling. Dit laat ik daarom even in het midden. Dat laat echter wel onverlet, dat ik het geen prettig boek vond om te lezen in termen van stijl.  De kinderlijke schrijfwijze en de naïviteit van Bruno zorgden ervoor dat ik het boek eigenlijk steeds wilde wegleggen.
Die naïviteit van Bruno vind ik als historicus moeilijk te geloven. In termen van fictie ben ik het met Huub eens dat de vraag of de realiteit goed wordt weergegeven er eigenlijk niet toe doet. Toch kan ik er als historicus niet omheen dat deze fictieve weergave van de Tweede Wereldoorlog mij tegen ging staan. Vooral het feit dat Bruno niks zou weten van Joden en de Führer vind ik weinig geloofwaardig. Als zijn vader echt zo trots was op zijn vaderland, had Bruno als jongetje wel bij de Hitlerjugend gezeten (wat overigens ook verplicht was voor Duitse jongetjes tijden de Tweede Wereldoorlog). In dat geval had hij ook echt wel geweten wat er speelde. De vader van Bruno had hem echt wel verteld wat er speelde en waarom ze in ‘Oudwis’ moesten gaan wonen. Deze zaken maken voor een ‘normale’ lezer weinig uit, maar ik had tijdens het lezen last van beroepsdeformatie, waardoor het verhaal mij tegen ging staan.

De stijl hangt ook samen met de geschiktheid voor de beoogde lezer. Huub zegt in zijn recensie dat hij het boek geschikt vindt voor lezer vanaf veertien jaar. Ik zou eerder zeggen dat het boek vooral geschikt is voor leerlingen rond de twaalf jaar. Met name leerlingen in het eerste jaar van de middelbare school zouden dit boek kunnen lezen. De zwaardere thema’s van de Tweede Wereldoorlog zullen dan wel op gepaste wijze geïntroduceerd moeten worden. Ik ga echter uit van een beoogde lezer van ongeveer twaalf jaar, omdat oudere lezers, zeker op HAVO/VWO-niveau zich kunnen gaan ergeren aan de wat kinderlijke schrijfwijze.
Voor middelbare scholieren kan dit boek echter wel dienen als introductie van de Tweede Wereldoorlog en ook de vraag die Boyne poneert aan het eind van het boek:

‘En dat is het einde van het verhaal over Bruno en zijn familie. Natuurlijk gebeurde dit allemaal lang geleden en kan zoiets nu niet meer gebeuren.  Niet in onze tijd.‘ (De jongen in de gestreepte pyjama p.204)

Aan de hand  van die laatste zin is er de mogelijkheid om met leerlingen een klassengesprek te gaan voeren over waar de Tweede Wereldoorlog om draaide en in hoeverre een dergelijke situatie van discriminatie en volkerenmoord vandaag de dag nog zou kunnen plaatsvinden.

donderdag 10 maart 2016

Reactie op de recensie 'Onzichtbaar' door Raimond Jans


Reactie op de recensie van "Onzichtbaar" van Miranda Nieboer - door Raimond Jans

 Nou Miranda, dit is reeds de tweede keer dat ik ga reageren op jouw recensie. In deze recensie geef je aan dat het verhaal verwijst naar een waargebeurd verhaal, namelijk de Facebookmoord. Ik had daar al eens over gehoord, maar ik was er niet van op de hoogte dat, naar aanleiding van deze gebeurtenis, dit boek is geschreven. Het heeft me erg nieuwsgierig gemaakt en hierdoor ben ik het boek ook gaan lezen. Ik was erg verrast en onder de indruk van dit boek. Het verhaal begint met een heftige proloog. Als lezer weet je in eerste instantie niet waar deze gebeurtenis vandaan komt. De koppeling naar de Facebookmoord kon ik niet leggen. Na deze proloog nemen we een kijkje in de klas van Ana. Zij wordt door haar docent Nederlands geattendeerd op een schrijfwedstrijd. Ze twijfelt enorm of ze mee gaat doen, maar haar omgeving kan haar toch overhalen en ze blijkt talent te hebben. De eerste opdracht gaat over het schrijven van een autobiografisch verhaal: “De dag dat alles anders werd.” Het verhaal dat Ana schrijft blijken wij als lezer al te kennen. Het betreft hier namelijk de proloog. Ana en haar familie blijken iets vreselijks mee te hebben gemaakt. Ik vond die koppeling naar de proloog erg sterk!

Recensie Knalhard, Caja Cazemier

Zakelijke gegevens 

Titel: Knalhard
Auteur: Caja Cazemier
Jaar van uitgave: 2010
Plaats van uitgave: Groningen
Uitgever: Noordhoff Uitgevers BV





Samenvatting



Ties wordt tijdens een avondje stappen door een groep jongens in elkaar geslagen. De dagen na dit voorval heeft hij veel pijn en slaapt hij veel. Hij vindt zichzelf een loser, omdat dit hem is overkomen. Hij schaamt zich voor zijn vriendin en vrienden. Hij wil geen bezoek van hen ontvangen. Zijn ouders zijn geschrokken en willen dat hij aangifte gaat doen. In de dagen na het voorval blijft hij zich schamen en onzeker voelen. Hij durft nergens meer te komen uit angst de daders tegen te komen. Uiteindelijk doet hij aangifte en krijgt hij slachtofferhulp.


In de weken na het voorval wordt de relatie tussen Ties en zijn vriendin Amarins slechter. Ties ziet zijn vrienden ook minder vaak, omdat hij angstig is de deur uit te gaan. Amarins heeft het gevoel dat ze haar vriend niet meer kent en niet kan bereiken, uiteindelijk verbreekt zij hun relatie.


Slachtofferhulp laat Ties een dagboek bijhouden, om zijn gevoelens van zich af te schrijven. Door zijn gevoelens op papier te zetten gaat het steeds iets beter met Ties.


De daders worden opgepakt en Ties ontmoet de daders op het politiebureau. Na deze ontmoeting concludeert Ties dat niet hij, maar de daders losers zijn. Later krijgen de daders een taakstraf. Beetje bij beetje gaat het weer de goede kant op met Ties. Hij is gestart met een sportopleiding en gaat regelmatig stappen. De slachtofferhulp heeft hem goed geholpen.


woensdag 9 maart 2016

Esther van Beers, recensie Als ik Blijf.


Recensie  “Als ik blijf”                                                 door Esther van Beers

 

 

Gegevens boek

Auteur:                                            Gayle Forman

Jaar van uitgave:                            2014

Titel:                                                 Als ik blijf

Plaats van uitgave:                        Amsterdam

Uitgeverij:                                       Moon

 


 

Samenvatting van het boek

Als de scholen in Oregon sneeuwvrij krijgen, besluiten de ouders van Mia en Teddy om een uitstapje te gaan maken. Onderweg krijgen ze een zwaar ongeluk, een botsing met een viertons pick-uptruck. Ze worden alle vier uit de auto geslingerd. De ouders zijn op slag dood. Mia en Teddy leven nog. Terwijl Mia zwaar gewond en bewusteloos in een greppel ligt krijgt ze een rare gewaarwording.  Ze ziet zichzelf liggen. Ze ervaart dit alsof ze  uit haar lichaam is gestapt. Ze kan alles zien wat er rondom haar gebeurt maar ze is onzichtbaar voor anderen. Ook hetgeen ze doet is onzichtbaar. Het is alsof ze alles meemaakt vanuit een vissenkom.  Ze voelt geen pijn en is niet gewond. Ze vraagt zich af of ze dood is. In het ziekenhuis blijkt dat ze in coma ligt.

Vanaf hier ontstaan er twee sporen in het verhaal. Wisselend per hoofdstuk gaat het verhaal over het verleden (de tijd tot aan het ongeluk) en over het heden (de tijd dat Mia in coma ligt).  

In het “verhaalspoor” over het verleden geeft Mia (ik-figuur) allerlei achtergrondinformatie. Ze vertelt over de geboorte van haar broertje Teddy, haar vriendschap met Kim, haar passie voor klassieke muziek, haar droom om naar het conservatorium te gaan en haar liefde voor Adam. Ook verteld ze dat zij en Adam een tegenovergestelde muziekkeuze hebben.  Hierdoor, maar ook doordat zij gaat studeren aan het conservatorium  in New York, ver weg van Adam, ontstaan er problemen in hun relatie.

In het “verhaalspoor” over het heden gaat het over Mia die uit haar lichaam is gestapt en die vanaf een afstand     verteld wat er met Mia die in coma ligt, gebeurt. Ook dit wordt verteld vanuit de ik-figuur. Mia is onzichtbaar maar kan niet meer dan ze in het normale leven zou kunnen. Ze kan bijvoorbeeld niet door een muur heen. Ze ziet het verdriet van haar familie, haar vriendin Kim en haar vriendje Adam, maar ze kan hen niet helpen. Als ze ontdekt dat haar broertje Teddy toch nog is overleden, wil ze ook dood. Maar dan vraagt haar vriendje Adam  haar om weer “terug te komen”. De beide Mia’s komen weer bij elkaar in één lichaam en dan beseft Mia dat het de moeite waard is om te blijven leven en hoeveel ze van Adam houdt. “Ik voel ineens alles wat ik in mijn leven bezit. Dat wil zeggen , niet slechts wat ik ben verloren, maar ook het Grote Onbekende van wat het leven me nog te bieden heeft.” (blz. 219) Als antwoord knijpt  ze in de hand van Adam. Ze kiest voor het leven.   

 

Persoonlijk waardeoordeel                                                         

Binnen het boek is muziek een belangrijk onderwerp. Ik vind het mooi beschreven hoe de muziek Mia en Adam eerst van elkaar verwijdert en hen later juist verbindt. Zelfs hun liefdesleven wordt vergeleken met het spelen van muziek.

“ Adam strekte zich uit op mijn bed, met zijn armen boven zijn hoofd.  “Bespeel me”, zei hij. “Ik wil graag dat je me bespeelt, als een cello.”

“Ik stak mijn linkerhand uit en pakte Adams hoofd, alsof het de krul van mijn cello was.”

“Ik gleed met mijn handen van boven naar beneden over zijn bovenlijf, me met name focussend op de pezen in zijn spieren, die ik elk een snaar toewees: A, G, C en D.”

“Toen pakte ik de strijkstok en begon ermee over zijn heupen te strijken, ongeveer waar ik de kam van mijn menselijke cello situeerde.” (Als ik blijf, P. 60)

 

De hoofdpersonen zijn voor mij levensecht beschreven. Of het verhaal levensecht is valt te bediscussiëren. Het is vreemd te noemen dat Mia zichzelf ziet liggen. Of dit echt mogelijk is weten we niet. Er zijn mensen die deze ervaring hebben gehad, dus het zou mogelijk kunnen zijn. Het is echter niet wetenschappelijk bewezen. Ikzelf geloof erin. Er is immers meer tussen hemel en aarde dan wij kunnen verklaren.

 

In de zin “Ik begrijp dat dit een vreselijke beproeving voor u moet zijn, maar hoe sterker u bent, hoe beter u Mia kunt helpen. ” (Als ik blijf, P. 54)   wordt de naam “Mia” voor het eerst genoemd. Toen realiseerde ik me pas dat deze naam niet eerder in het boek genoemd was. Ondanks het feit dat de hoofdpersoon tot op dat moment niet bij name werd genoemd, creëerde dit geen afstand, in tegendeel. Ik voelde me vanaf het begin van het boek erg betrokken bij de ik-figuur.  

 

In het verhaal komen soms heftige en lugubere passages voor. Deze hadden voor mij niet op die manier beschreven hoeven te worden.  Omdat het boek met zoveel gevoel en medeleven is geschreven, vind ik dat het niet past in het verhaal.

Mijn vader is de eerste die ik zie. Zelfs van een paar meter afstand herken ik de pijpvorm in de zak van zijn jasje. “Pap!” roep ik. Terwijl ik naar hem toe loop, wordt het glibberig onder mijn voeten. Ik zie grijzige brokjes liggen, van iets dat eruitziet als bloemkool. Ik weet meteen wat het is. Er liggen stukjes van mijn vaders hersenen op het asfalt….. Maar zijn pijp zit nog gewoon in zijn linkerborstzak.”  (Als ik blijf, P.19)

 

Het is niet vreemd dat er in het verhaal heftige emoties voorkomen. De manier waarop deze emoties worden beschreven zorgen ervoor dat je wordt meegezogen in het verhaal:

Door gebruik te maken van korte zinnen wordt de paniek die Mia voelt als ze haar vader en moeder dood aantreft extra sterk neergezet.

“Ik draai me met een ruk om. Dit klopt niet. Dit kan niet waar zijn. Wij zijn een gezin. We gingen gewoon een ritje maken. Dit is niet echt! Ik moet in de auto in slaap gevallen zijn. Nee, stop! Hou op, alsjeblieft. Word wakker! Gil ik hardop. Het is koud dus mijn adem zou wolkjes moeten vormen. Maar dat doet hij niet. Ik kijk naar mijn arm – die er prima uitziet, niet besmeurd met bloed of viezigheid -  en knijp erin, zo hard als ik kan. Ik voel helemaal niets.” (Als ik blijf, P. 20/21)

Als Mia ontdekt dat haar broertje dood is wordt je helemaal meegetrokken in haar wanhoop.

“Ik laat Adam, Kim en Willow achter in de hal en begin door het ziekenhuis te razen. Ik besef pas dat ik op zoek ben naar de kinderafdeling, als ik er aankom. Ik storm door de gangen. Ik ben op zoek naar hem, al weet ik dat ik hem niet zal vinden. En toch moet ik blijven zoeken. Ik denk aan zijn hoofd , met die mooie blonde krullen. Tot nu toe mocht ik onbeperkt met hem kroelen. Tot nu toe. Nu is er geen “tot nu toe” meer. Het is voorbij. Ik ren door de ziekenhuisgangen als een gekooid wild dier. Teddy! roep ik. Waar ben je? Kom terug bij mij! Ik besef dat het zinloos is, geef het op en sleep me terug naar mijn ic. Ik zou die dubbele deur wel aan flarden willen schoppen. Ik kan niet schreeuwen tot mijn keel er pijn van doet, geen ruit kapot slaan met mijn vuist zodat mijn hand gaat bloeden, mijn haren niet uit mijn hoofd rukken, net zolang tot de pijn in mijn schedel die in mijn hart overtreft.”  (Als ik blijf, P.153/154)

 

Maar ondanks de heftige emoties is er in het verhaal ook plaats voor humor.  Dit geeft een extra dimensie aan het boek. Hierdoor wordt het verhaal luchtiger.

 “Ze rijden me van de eerstehulpafdeling haastig een lift binnen. Ik moet rennen om ze bij te houden.” (Als ik blijf, P. 31)

“Ik heb nog nooit in een helikopter gezeten. Mijn beste vriendin, Kim, wel. Die is een keer samen met haar oom, een bekende fotograaf van de National Geographic, over Mount St. Helens gevlogen. En toen heeft ze over hem heen gespuugd….”Daar zat hij dan, te kwekken over postvulkanische flora… en ik kotste recht over hem heen”, vertelde Kim de volgende dag tijdens de studieles. Ze zag nog steeds een beetje groen.” (Als ik blijf, P. 31/32)

 “Kim lijkt intussen half in shock, alsof de marsmannetjes de boel zojuist hebben overgenomen.” (Als ik blijf, P.134)

“Muziek, godverdomme, muziek!” schreeuwde mam. “We hebben een paar mooie cd’s van Enya, zeer kalmerend,” zei de verloskundige.  “Fuck Enya!” schreeuwde mam. “De Melvins, Earth. Nu!” “Komt goed,” zei pap en stopte een cd in het apparaat met de hardste, heftigste, meest opzwepende gitaarmuziek die ik ooit heb gehoord. Hierbij vergeleken klonk de supersnelle punk waar hij normaal naar luisterde bijna als een harpconcert. Het was echte oermuziek en dat leek precies te zijn wat mam nu nodig had: ze begon een serie lage keelklanken te produceren.” (Als ik blijf, P.147/148)

“Maar na dik drie uur overschreeuwden mam en de Melvinbs elkaar nog steeds.” (Als ik blijf, P. 148)

“Toen zei de verloskundigen tegen mam dat ze mocht persen, even vasthouden en dan opnieuw persen. “Kom baby, kom baby, kom baby, kom,” zong ze. “Ja, je bent er bijna!” juichte ze. Mam keek alsof ze haar het liefst een klap zou verkopen.” (Als ik blijf, P.150/151)

 

Soms komt er in het boek ineens grove taal voor. Omdat dit maar incidenteel gebeurt, komt het vreemd over. Het past niet bij manier waarop de rest van het boek is geschreven.

“En je moeder?” “Die bood meteen aan met me naar de huisarts te gaan, voor de pil. En ik moest zorgen dat Adam zich op allerlei ziekten liet testen. Voor de tussentijd heeft ze me opgedragen condooms te kopen. Ik kreeg zelfs tien ballen voor mijn eerste voorraadje!” (Als ik blijf, P. 111)

“Muziek, godverdomme, muziek!” (Als ik blijf, P. 147)

Fuck Enya!” schreeuwde mam” (Als ik blijf, P.148)

 

Heel bijzonder vind ik dat er ondanks alle verdriet en ellende, toch begrip is voor de chauffeur die hen heeft aangereden. Ik weet niet of ik dit begrip zou kunnen opbrengen.

“De ene partij komt er prima van af, voor de andere eindigt het catastrofaal… “Haar stem sterft weg. Ik geloof niet dat ik zou durven beweren dat die meneer Dunlap er “prima” van af is gekomen, hoe oppervlakkig zijn verwondingen ook zijn. Ik denk na over hoe het moet zijn om in zijn schoenen te staan. Wie of wat hij vanochtend ook was, diegene zal hij nooit meer zijn. Ook zijn leven is onherroepelijk veranderd. En door brute pech doordat hij vanochtend in zijn pick-uptruck reed, zitten twee kinderen nu zonder ouders en  verkeert op zijn minst eentje daarvan “in ernstige toestand.” Hoe leef je daarmee verder?” (Als ik blijf, P. 117)

 

Tijdens het lezen van het boek ben ik zinnen/passages tegengekomen die me op een bijzondere manier hebben geraakt. Soms gaat om zinnen/passages die me emotioneel raken, soms om mooie zinsconstructies en soms om aparte woordkeuzes.

 “Ik richt me alleen op de muziek….. totdat ook het laatste beetje leven in de auto wegsterft en de muziek met zich meeneemt. Niet lang daarna komen de sirenes.” (Als ik blijf, P. 21) (De muziek sterft af en hiervoor in de plaats komen sirenes. Het goede leven sterft af om plaats te maken voor de dood.)

“Maar hoe kom ik nou over die zenuwen heen? Pap grijnsde nog steeds, maar ik hoorde aan hoe langzaam hij sprak, dat hij nu serieus was: “Daar kom je niet óverheen, daar moet je dóórheen.” (Als ik blijf, P.29)

“Ik zie Adam naar de hoofdingang van het ziekenhuis lopen. Ik beeld me graag in dat hij naar mij zoekt. Zijn gezicht staat helemaal blanco – alsof iemand zijn karakter heeft opgezogen en alleen een masker heeft achtergelaten. Hij lijkt niet eens meer op zichzelf.” (Als ik blijf, P. 104)

“Ze rommelt in haar tas, haalt er het mobieltje uit, dat ze van haar moeder al vanaf haar tiende bij zich moet dragen – het kindervolgsysteem, noemde Kim het.”( Als ik blijf, P.120)

“O en geen bloemen. Geef me zoveel pioenrozen als je wilt zolang ik nog leef, maar als ik dood ben, heb ik liever dat je in mijn naam aan een goed doel doneert.” (Als ik blijf, P.163)

”Het is goed” zegt hij, “als je wilt gaan. Iedereen hier wil dat je blijft….” Zijn stem slaat over. Hij stopt, schraapt zijn keel, ademt diep in en gaat dan verder: “Maar dat is wat ik wil. Ik zou best kunnen begrijpen dat dat misschien níét is wat jij wilt. Dus wilde ik je laten weten, dat ik het zal begrijpen als je gaat. Dat het goed is als je ons moet verlaten. Dat het goed is als je de strijd wilt staken. De erkenning en toestemming die mijn opa mij zojuist heeft geschonken voelen als een geschenk.” (Als ik blijf, P.172/ 173)

 

zondag 6 maart 2016

Recensie van "Toen Faas niet thuiskwam" van Martha Heesen, door Jet van Os


Martha Heesen, winnares van de Theo Thijssen oeuvre prijs 2015 schreef dit boek in 2003. "Toen Faas niet thuiskwam" is een vertelling van één dag. Het verloop van die dag wordt iets meer dan een jaar later door de vijftienjarige Petrus verteld. Het verhaal draait om Petrus, zijn broertje Faas en hun vader. Het gezin is totaal ontwricht door het overlijden van de moeder van Petrus en Faas. Het onvermogen om hun verdriet te delen en nader tot elkaar te komen zorgt voor spanningen en verdriet.

Petrus is de oudste zoon, hij voelt zich verantwoordelijk voor zijn vader en broertje. Jonger broertje Faas is  hoogbegaafd, en volgens anderen een dromer, geheimzinnig, ongrijpbaar en onberekenbaar (Toen Faas niet thuiskwam, blz. 25) . Hij kan heel goed tekenen, filosofeert over de dagelijkse dingen, en gaat helemaal zijn eigen weg. De band tussen Faas en zijn moeder is intens. Zij begrijpen elkaar volkomen, Petrus voelt zich daar buiten staan:

"Ik had er schoon genoeg van om tegen die rotwind op te tornen, en ik had ook schoon genoeg van die gesprekken tussen mijn moeder en Faas. Je snapte daar nooit wat van, je wist niet eens of ze aan het fantaseren waren of niet. Mijn moeder probeerde wel om mij erbij te betrekken maar ik had niets te zeggen over de tint van de regenwolken en het speciale licht op de duintoppen en wat er met je hoofd gebeurde wanneer je heel lang zo ver mogelijk weg keek." (Toen Faas niet thuiskwam, blz. 33)


donderdag 25 februari 2016

Esther van Beers, recensie Zo wil ik zijn, jeugdboek


Recensie  “Zo wil ik zijn”             door Esther van Beers

Gegevens boek

Auteur:                     Katharina von Bredow

Jaar van uitgave:     2007, Nederlandse vertaling 2010

Titel:                          Zo wil ik zijn

Plaats van uitgave:  Rotterdam

Uitgeverij:                 Lemniscaat BV

 


Samenvatting van het boek    

Jessica is 15 jaar en zit in de derde klas van de middelbare school. Ze is verliefd op Arvid en hij op haar. De moeder van Jessica, Siv, is een beetje “gek”. Ze is alternatief, veganist, heel modern en draagt aparte kleren.  Steeds als Jessica naar een feestje gaat stopt haar moeder twee condooms in haar tas. Jessica vindt dit heel gênant.

Als Jessica en Arvid naar het feestje van Paula gaan hebben ze sex met elkaar. Het is voor hen allebei de eerste keer. Omdat het eigenlijk heel onverwachts komt denken ze er niet aan een condoom te gebruiken, met als gevolg dat Jessica zwanger raakt.

Aanvankelijk durft ze dit aan niemand te vertellen. Ze gedraagt zich vreemd en is vaak  ziek. Als haar moeder er achter komt, is ze opgelucht dat er niet meer aan de hand is. Ze neemt het heel gemakkelijk op totdat ze ontdekt dat Jessica geen abortus wil laten plegen. Ook Arvid en zijn ouders, Louise haar beste vriendin, ja eigenlijk bijna iedereen gaat er vanuit  dat ze het kindje laat weghalen.

Alleen de moeder van Louise, Carin die zelf ook zwanger is, en de vroedvrouw van Jessica, hebben begrip voor het standpunt van Jessica. Later draaien Arvid, haar moeder en Louise bij. Jessica krijgt een goede band met Carin en ze vraagt haar of ze haar doula (iemand die haar steunt bij de bevalling)wil zijn.  

Als Jessica’s dochtertje “Sterre” wordt geboren, is ze bijna geschokt hoeveel ze van haar houdt. “Het voelt een beetje zoals toen ze verkering kreeg met Arvid. Toen dacht ze ook dat het het  einde van een verhaal was. Maar in werkelijkheid was het juist het begin van een nieuw verhaal. Een veel groter verhaal.”

 

 

Persoonlijk waardeoordeel

Het boek is vertaald uit het Zweeds door Femke Blekkingh-Muller. Zij ontving voor deze vertaling een werkbeurs van de Stichting Fonds voor de Letteren. Het boek “Zo wil ik zijn” is eenvoudig geschreven, gemakkelijk te lezen en het verhaal heeft me van het begin tot het eind geboeid. Tijdens het lezen krijg je begrip voor de personen die in het boek voorkomen. Je gaat (bijna) begrijpen waarom de ouders van Arvid zo reageren. Je begrijpt dat ze zijn geschrokken en natuurlijk het eerst aan de toekomst van hun zoon denken.

“Zo werkt het niet,” zegt hij (vader van Arvid) autoritair. “Je hebt het recht om over jezelf en je eigen lichaam te beslissen. Arvid zou je er niet eens van kunnen weerhouden om abortus te plegen als hij dat zou willen. Maar als je van plan bent om het kind te krijgen, betrek je Arvid bij een enorme warwinkel van allerlei verplichtingen! Je zou zijn leven verpesten, jongedame, en zoiets doen we toch niet met iemand om wie we geven?” (Zo wil ik zijn, P. 134)

“W ij moeten natuurlijk in eerste instantie aan Arvid denken,” zegt ze (moeder van Arvid). “Dit zou een ramp voor hem zijn. Ik vind eigenlijk niet dat Jessica het morele recht heeft om zijn leven te verpesten! Als hij zich op zo’n jonge leeftijd al moet binden zou hij…” (Zo wil ik zijn, P. 137)

 

Ook Arvid is heel erg geschrokken en ook al weet hij goed dat het kindje van hem is, reageert hij toch heel primair.

“Arvid springt op uit de stoel waarin hij zat. “Hoe kan ik eigenlijk zeker weten dat het van mij is?” zegt hij. “Ik bedoel, dan zou het dus die ene keer gebeurd moeten zijn? Hoe waarschijnlijk is dat?!” (Zo wil ik zijn, P. 135)

 

Het onderwerp van het boek, is een onderwerp waar jongeren heel gemakkelijk mee geconfronteerd kunnen worden. Ze moeten dan in een korte tijd een veelomvattende beslissing nemen die van invloed is op de rest van hun leven. De schrijfster geeft een goede beschrijving van de werkelijkheid en de personen in het boek zijn levensecht beschreven.

Ik sta helemaal achter het standpunt van Jessica. Net als Jessica, zou ik bang zijn dat ik er mijn hele leven last van heb dat ik mijn kindje heb doodgemaakt.

“Er zit een kindje binnen in haar. Het is echt waar. Een heel echt kindje van wie zij de moeder is. En nu moet het doodgemaakt worden. Het wordt naar buiten geschraapt en zal doodgaan. Ze voelt zich opeens misselijk worden, ze slikt hard”. (Zo wil ik zijn, P. 101).

“U denkt misschien dat ik gek ben geworden…. dat zou mijn moeder in ieder geval denken…. Maar ik vraag me gewoon af waarom het zo vanzelfsprekend is.” “Wat bedoel je?” “Dat ik abortus zal plegen. Ik bedoel, ik begrijp best dat ik veel te jong ben en zo, maar…. Je maakt toch eigenlijk je kind dood. Het maakt niet uit of je het een foetus of een embryo noemt…. het is toch een kind!” (Zo wil ik zijn, P. 101)

 

Toch heb ik ook begrip voor degenen die het beter vinden dat Jessica het kindje laat weghalen.  Zij zijn er van overtuigd dat het beter voor Jessica en Arvid is.

Jessica kiest voor haar gevoel. Ze weet dat het zeker niet de ideale situatie is om op haar leeftijd en in haar omstandigheden een baby te krijgen, maar ondanks dat kiest ze er voor om het kindje te laten komen. Degenen die het beter vinden dat ze abortus laat plegen reageren vanuit  hun ratio. “Ze is nog veel te jong, moet nog naar school, de relatie met Arvid is nog pril en ook hij wil dit kind niet, het was een ongelukje, niet gepland enzovoort”. Voor beide standpunten valt iets te zeggen.

 

Het boek bevat verschillende mooie passages.

  • Mooi vind ik de vergelijking van de kleuren die Siv gebruikt in haar wandkleden, met haar gemoedstoestand. “Jessica kijkt naar het weefsel. Het heeft een heel nieuw karakter gekregen, heel anders dan de milde, harmonische kleuren die haar moeder anders altijd bij elkaar zoekt.” (blz. 176)
    “Het is niet leuk om ’s middags thuis te komen en die blik te ontmoeten. Om haar moeders gespannen schouders en strakke nek te zien. Om te horen hoe hard het weefgetouw bonkt en te zien hoe de weefsels die ontstaan meer disharmonie en frustratie laten zien. (Zo wil ik zijn, P.188)
     
  • Jessica puzzelt graag, ze raakt er ontspannen van. “Puzzelen is zo heerlijk eenvoudig en begrijpelijk. De stukjes passen of ze passen niet. Daar zit niets tussenin, geen half goede of half verkeerde oplossingen. Je hoeft geen moeilijke keuzes te maken. Als je het goed doet verschijnt het plaatje zoals op het voorbeeld. Als je het verkeerd doet, moet je het stukje losmaken en opnieuw beginnen. Dan duurt het iets langer, maar er is niets ergs gebeurd. De afbeelding wordt net zo perfect. Uiteindelijk. Met de rest van het leven werkt het helaas niet zo. Nee, daar kan een klein foutje onherstelbaar zijn en alles waar je op hoopte verpesten. Iedere seconde is een deel van het geheel en komt nooit meer terug. Daar kun je niets aan veranderen”. (Zo wil ik zijn, P. 9)
    Ik vind het mooi dat er iets van een overeenkomst  is, tussen dat wat in het begin van het boek staat (zie hierboven) en wat later in het verhaal gebeurt. Bijvoorbeeld:
    - De stukjes passen of ze passen niet / je bent zwanger of je bent het niet, daar zit niets tussenin.
    - Als je het verkeerd doet moet je opnieuw beginnen / met een zwangerschap kun je niet opnieuw beginnen, ook al laat je abortus plegen, je wordt nooit meer dezelfde als die je voorheen was.
    - Daar kan een klein foutje onherstelbaar zijn/ als je zwanger wordt kun je dit niet meer terugdraaien.
     

 

  • De onzekerheid en de angst van Jessica worden mooi beschreven. “Een poosje geleden was ze nog zo blij. Een paar maanden geleden was alles zo perfect. Als je het ongewenste gevolg weghaalt, wordt alles dan weer zoals het was? Kan ze ooit weer worden wie ze was? Is dat het doel? Worden wie je was? Of zijn wie je wilt zijn? Of misschien proberen te zijn wie je wilt worden?” (Zo wil ik zijn, P.122)
    Om dan later haar zekerheid weer terug te krijgen:
    “Weet ik echt wel wat ik doe? denkt ze. Het antwoord is heel eenvoudig en zo duidelijk als wat: Nee. Ik heb géén idee. Maar ik weet wel wat ik niet doe.”( Zo wil ik zijn, P.167)

Dat laatste stukje heeft me echt geraakt, dat vind ik zo mooi. Dat is precies hoe ik er ook over denk.

 

Ik vind het vreemd dat Jessica aan Carin vraagt om haar bij te staan bij de bevalling en dit niet aan haar moeder vraagt. Ik begrijp dat Jessica in eerste instantie boos op haar moeder was. Siv wilde immers dat Jessica abortus zou laten plegen, maar later is ze daar anders over gaan denken en heeft ze Jessica steeds bijgestaan. Ik vind het meer voor de hand liggend dat je je moeder vraagt om bij de bevalling aanwezig te zijn. Ook de vader van Jessica, die ze maar heel weinig ziet, wordt bewust pas op de hoogte gebracht als het kind is geboren. Dat is in mijn ogen ook wel raar.

 

“Zo wil ik zijn” is niet echt een ontroerend boek al neigt het hier en daar wel naar.  Het is eerder een beschrijving van een situatie en de problemen die daarvan het gevolg zijn en van de manieren hoe er mee wordt omgegaan. Na de geboorte van Sterre word je over het verdere leven van Jessica, Sterre en Arvid in het ongewisse gelaten. De afloop mag je zelf verder invullen.  Dit past bij het boek. In het boek word je ook geen mening opgedrongen, die mag je zelf kiezen.

 

Het boek sluit op een mooie manier af:

“Het lijkt wel of ze weer nieuw is, nu, in de auto op weg naar huis. Het ziekenhuis was een andere wereld parallel aan de werkelijkheid. Nu is het echt. Het voelt een beetje zoals toen ze verkering kreeg met Arvid. Toen dacht ze ook dat het het einde van een verhaal was. Maar in werkelijkheid was het juist het begin van een nieuw verhaal. Een veel groter verhaal.”( Zo wil ik zijn, P.271 )

 

Geschiktheid voor de beoogde lezer

Het boek is gelabeld als een C-boek, dus voor kinderen vanaf 12 jaar. Omdat de schrijfstijl niet complex is, is het boek gemakkelijk te lezen. Voor wat dit betreft is het boek geschikt voor kinderen van deze leeftijdscategorie. Maar de heftige emoties en de volwassen dilemma’s die erin voorkomen, maken het boek toch minder geschikt voor kinderen van 12 jaar.  Ik denk dan eerder aan pubers vanaf 15 jaar en dan vooral de meiden. Ik zou het boek als D-boek labelen. Voor mij is het dan ook meer een adolescentenroman dan een jeugdboek. Ik zou dit boek zeker aanraden aan mijn leerlingen. Ik werk op een VMBO school en zeker in het 3e en 4e jaar gaan de gesprekken al vaak over sex en zwangerschappen. Ik denk dat de meiden zich in dit boek kunnen herkennen en het anders zien als een waarschuwing. Aan de andere kant denk ik ook dat de meiden het gênant vinden om een boekverslag te maken over dit boek. Wanneer ze de verhaallijn op papier moeten zetten en woorden als sex moeten gebruiken vinden ze dat vaak niet prettig.