Posts tonen met het label reactie op recensie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reactie op recensie. Alle posts tonen

maandag 9 mei 2016

Reactie door Mariska Craenmehr op de recensie van Miranda Nieboer over 'Test'

Reactie door Mariska Craenmehr op de recensie van Miranda Nieboer over 'Test'

Ik ben het sterk met Miranda eens wanneer ze spreekt over de gemengde gevoelens die ze heeft bij de levensechtheid van het personage. Ook ik vond dat het personage te weinig werd uitgediept in het boek en af en toe zelfs lauwtjes reageerde op datgene wat hem overkwam of wat van hem gevraagd werd zoals in de volgende passage: 'Daarna durfde ik pas naar de haan te gluren. De kop lag er half af. Ik kon zo in zijn nek kijken. Dat had ik beter niet kunnen doen. Ik liet de schop vallen en strompelde via het schuurtje naar buiten. Toen kotste ik mijn ontbijt eruit.'(Test, blz.113)

Het einde van het verhaal werpt een heel ander licht op het complete boek. Ik ging het boek een stuk meer waarderen, wat Miranda ook reeds aangeeft in haar recensie. Dan pas vallen alle puzzelstukjes op hun plek en krijgt het verhaal zijn waarde. Wellicht had de schrijfster tijdens het verhaal al wat meer informatie kunnen geven over wat er achter de schermen gaande was.Tevens denk ik dat de schrijfster veel meer spanning in het verhaal had kunnen geven door bijvoorbeeld meer aandacht geven aan de tijdstructuur binnen het verhaal. Zeker omdat Elvis werd geacht bepaalde opdrachten binnen een bepaald tijdsbestek te voltooien. Zo had ze het verteltempo kunnen versnellen of juist wat meer kunnen vertragen op de juiste momenten. Ook andere spanningselementen zoals informatiedosering en het inbrengen van een cliffhanger had de schrijfster meer uit kunnen buiten.(Van Boven en Dorleijn, p. 293)

Doordat de juiste spanningsopbouw ontbrak en ook de emotie van de jongen te weinig was uitgediept vond ik het boek af en toe te langdradig en zelfs saai worden. net als Miranda kon ik me dan ook totaal niet identificeren met het hoofdpersonage Elvis.
Ik denk dat het verhaal zeker jongeren aan zal spreken. Ik twijfel er echter aan of ze het boek met plezier zullen uitlezen, zeker gezien het feit dat het boek af en toe de spanning mist.

Literatuur:
  • Mous, M.,Test, Houten: Het Spectrum.(2013)
  • Van Boven en Dorleijn, Literair Mechaniek, (Bussum 2013)

Reactie door Mariska Craenmehr op de recensie van Erik Meurs over 'Pizzamaffia'

Reactie door Mariska Craenmehr op de recensie van Erik Meurs over 'Pizzamaffia'
 
Pizzamaffia is zoals Erik Meurs zegt: 'Een spannend jeugdboek in jongerentaal geschreven'. Het was juist de jongerentaal die mij heel erg tegenstond tijdens het lezen van het boek. Wellicht zal het jongeren een stuk meer aanspreken, aangezien ik als docent regelmatig het woordje 'Wallah' hoor vallen in de klas. Ik sluit me aan bij Erik om de schrijver te adviseren een woordenlijst toe te voegen aan het boek. Zo komen alleen in het proloog al woorden voor als: Wallah, arwiena en tazz. Ik kan me voorstellen dat niet elke lezer de betekenis van deze woorden kent. (blz. 9-12, Pizzamaffia)
 
Erik omschrijft in zijn recensie ook de 'clash tussen de Nederlandse en Marokkaanse cultuur'. De schrijver Khalid Boudou is zelf afkomstig uit Marokko en is op vrij jonge leeftijd begonnen met schrijven. In al zijn boeken staat wel iets van de Marokkaanse cultuur centraal.(Jeugdboekenplein.nl) Hij weet als schrijver daardoor als geen ander hoe het is om op te groeien in een totaal andere cultuur dan de Marokkaanse en heeft ook kennis van de 'problemen' die daarmee gepaard gaan. Op die manier weet hij uitstekend aansluiting te vinden bij de huidige jongerencultuur, die tegenwoordig echt niet meer alleen bestaat uit de Nederlandse cultuur. Integratie, discriminatie en het immigratieproces zijn vaak belangrijke thema's in het werk van allochtone schrijvers als Boudou. Toch blijken de meeste buitenlandse schrijvers een afkeer te hebben van de benaming, allochtone of multiculturele schrijver. Ze willen op hun artistieke kwaliteit worden beoordeeld en niet op hun maatschappelijke positie. Daar hoeft Boudou zich absoluut geen zorgen om te maken. Hij behoort inmiddels tot de top van de Nederlandse literatuur. (Van Boven en Kemperink, p. 301-302)
 
Ik ben het met Erik eens dat het gebruik van straattaal en het hip willen zijn er tevens voor zorgt dat het boek niet langer tijdloos is. Chatten, msn-en en een artiest als Justin Timberlake zullen over een paar jaar niet echt meer herkenbaar zijn voor jeugdigen. daardoor wordt het boek op den duur misschien minder aantrekkelijk voor adolescenten doordat ze zich er minder in kunnen herkennen. Aan de andere kant is het een echt boek dat aansluit bij de cultuur van dat moment, wat het ook weer uniek maakt en leerlingen kan aanzetten er met elkaar over in gesprek te gaan.
 
 
Geraadpleegde bronnen:
  • Boudou, K. (2007) Pizzamaffia. Amsterdam: Moon
  • www.leesplein.nl
  • Van Boven en Kemperink. (2012) Literatuur van de Moderne Tijd: Nederlandse en Vlaamse letterkunde in de 19e en 20e eeuw. Uitgeverij Coutinho.

Reactie Patrick Boekhout op recensie Ewald Hermsen 'Slecht'

Hierbij reageer ik op de samenvatting en het persoonlijk waardeoordeel van Ewald Hermsen over het boek 'Slecht'.

Ik ben het niet helemaal eens met het begin van de samenvatting, waarbij je aangeeft dat ‘’ al snel duidelijk wordt dat hij een relatie had met Elke’’. Dit wordt echter pas enigszins duidelijk zodra de moeder van Elke op het politiebureau arriveert (p.13). De reden waarom Nathan op het politiebureau wordt nog veel langer geheim gehouden voor de lezer. Dat Elke een relatie had gekregen met Raf wordt weliswaar op pagina 21 behandeld, maar er wordt pas op pagina 31 gesproken over de ruzie die de twee hebben gehad. In andere woorden: ik zou de volgorde van de samenvatting veranderen, want je ziet dat qua gebruikte citaten er ook het een en ander door elkaar heen staat. Bovendien wordt het verhaal op zo’n manier verteld dat de lezer steeds meer informatie krijgt over wat er nu precies is gebeurd.


Ik denk dat je het boek qua schrijfstijl en doelgroep goed hebt gecategoriseerd. De schrijfstijl is echt op jongeren aangepast. Voor hen frequenter gebruikte scheldwoorden komen ook nadrukkelijk terug: Trut. Je bent een godverdomde trut, Elke, weet je dat? Fuck zeg, was dat nu zo erg!? (p.67). 
Ik ben zelf niet zozeer van mening dat je door de vertelwijze sympathie opwekt voor Nathan. In het begin zie je al dat hij niet blij is met zichzelf, maar aangezien dit helemaal aan het begin van het verhaal is, kan dit ook walging van zichzelf betreffen: Ik zit al dertien minuten naar die kop te staren, en ik vind hem hoe langer hoe lelijker (p.7). Door de alsmaar opstapelende bewijslast tegen hem, kan ik moeilijk sympathie voor Nathan opwekken. 


Ik vond dit wel een prettig verhaal om te lezen, hoewel de lezer heel veel onnodige afleiding ervaart. We beginnen vlak na de aankomst van Nathan op het politiebureau, waarna de spanning heel lang blijft hangen, mede omdat de lezer niet weet wat er nu precies is voorgevallen. De flashbacks zijn in veel gevallen wel handig en zorgen er voor dat de lezer meer te weten komt over het voorval, deze lezen over het algemeen ook prettig. De scheiding van gedachten en uitspraken is ook mooi geregeld. Regelmatig voert Nathan monologen in zijn hoofd en komen we ook steeds meer te weten. Juist door deze manier van schrijven vind ik dit boek ook zeker een aanrader voor de jeugdige en/of minder gevorderde lezer.

Reactie Patrick Boekhout op recensie Annika van Klinken (Babylove)

Dit is een reactie op de recensie van Annika van het boek ‘Babylove’. Hierbij ga ik in op het persoonlijk waardeoordeel.

Ik ben het eens met de uitspraken die worden gedaan over accuraatheid van de belevingswereld van de jongere. Inderdaad, de nadruk ligt op tienerzwangerschappen, maar ook op vertrouwen. Ik mis hier echter een citaat dat het vertrouwen goed weergeeft. Hiervoor zou ik het fragment gebruiken bij mevrouw Hamersma, waarbij zij zelf ook een boekje opendoet over haar verleden: ‘Ik trouwde met een moetje.’ ‘Een moetje?’ ‘Ja, zo noemden ze dat toen. Ik was zwanger en nou ja, dat was in die tijd een schande.’ (p.113)

Het is ook heel mooi dat je benoemt welke partijen betrokken zijn bij een ongeplande zwangerschap. Ook dit zorgt voor een extra lading bij het onderwerp. Op deze manier kunnen jongeren die er mee te maken hebben en/of vrienden/kennissen hebben met dit probleem door middel van een boek als dit goed geïnformeerd worden over alle bijkomstigheden en consequenties.

Dit betekent dus dat ik ook vind dat er een goede analyse is gemaakt over de doelgroep. Dit verhaal zal met name adolescenten aanspreken, omdat het (zoals al aangegeven wordt) iets is dat voor kan komen. Ook vind ik het erg goed dat je grondig naar achterliggende theorie hebt gezocht in boeken zoals Leesbeesten en boekenfeesten.


Het is ook mooi om te zien dat je kijkt naar vakoverstijgende mogelijkheden met het boek, door een vak als biologie er bij te halen. Een kleine kanttekening is dan wel dat in de tweede klas vaak seksualiteit en voortplanting wordt gegeven, dus zou daar nog even naar gekeken moeten worden wat de mogelijkheden daar in zijn.

vrijdag 6 mei 2016

Reactie op Brigitte van Beekum en Ime van Berloo betreffende de roman De vliegeraar

Reactie op Brigitte van Beekum en Ime van Berloo betreffende de roman De vliegeraar

Het is enige tijd geleden dat ik dit prachtige boek gelezen heb. Toen ik me wilde voorbereiden op deze blog betrapte ik me erop dat ik het boek volledig aan het herlezen was. Je wordt het verhaal ingezogen door de geweldige verteller die Khaled Hosseini is.

De eerste alinea grijpt je al:

'Op mijn twaalfde ben ik geworden wat ik nu ben, op een kille bewolkte dag in de winter van 1975. (...) dat is lang geleden, maar ik heb geleerd dat het niet waar is wat ze over het verleden zeggen, dat je het kunt begraven. Als ik nu terugkijk, besef ik dat ik de afgelopen zesentwintig jaar die steeg in ben blijven turen.' (De vliegeraar, p.5)

Dit roept al zoveel vragen op en het stukje doet zoveel aankondigingen dat je wil weten wat er dan allemaal gebeurd is in die steeg en waarom het de ik-figuur niet heeft losgelaten.

dinsdag 3 mei 2016

Reactie op recensie Knalhard door Nienke Reessink

Reactie door Erik Meurs

Nienke Schreef een recensie over Knalhard van Caja Cazemier.
Ze noemde het een realistisch geschreven verhaal over zinloos geweld, wat ook als aanleiding kan dienen om het in de klas over zinloos geweld te hebben.
Ik vind dat een goed idee, omdat dit verhaal een goede inkijk geeft over de effecten van zinloos geweld op de langere termijn.
Het is een kwestie waar een slachtoffer langdurig nadelige gevolgen van ondervindt, zijn omgeving zien hun dierbare veranderen en moeten daar goed mee om kunnen gaan en voor daders wordt het duidelijk dat zo'n impulsieve actie vervelende gevolgen heeft voor henzelf op langere termijn. Ook wordt het voor potentiële daders misschien duidelijk dat de gevolgen voor het slachtoffer misschien zwaarder zijn dan dat ze er eigenlijk mee willen bereiken.

Wat ik goed vind aan het boek is dat het hoofdpersonage, Ties, het slachtoffer die na het uitgaan in elkaar wordt getimmerd, een ontwikkeling doormaakt.
In het begin zit hij vooral met schaamte en wil hij door alsof er niks aan de hand is. Tegelijk is hij bang voor mensenmassa's heeft hij last van zijn verwondingen en van schaamte om bekenden onder ogen te komen. 

Het verhaal begint met een poging van Ties om op advies van zijn therapeute een dagboek bij te houden:

'Oké, daar gaat-ie dan.
Vandaag is het 21 december, maar die avond in november... Toen... We gingen... Nee. Op een avond... Nee. Na het feest... Shit. Tering. Klote. ROTZAKKEN.'
(p.5)


Hier zit Ties nog heel erg klem. Hij kan het nog moeilijk onder woorden brengen wat er gebeurd is en wat het met hem doet. 


Het laatste fragment begint zo:

'Dit is ons afscheid, A3. het is inmiddels eind september. Ik schrijf nog één keer, omdat wij elkaar nog één keer zullen zien. Maar wie weet zal ik in de toekomst nog wel eens naar mijn laptop grijpen om mijn gedachten op te schrijven. Je hebt gelijk, het is een handig hulpmiddel bij problemen.'
(p.163)

Zo achterelkaar komt het eigenlijk ook wel weer erg goedkoop en eenvoudig over, maar gezien het proces dat er tussenin beschreven wordt, vormt dit een goede ontwikkeling.

Ik vind het mooi aan de schrijfstijl dat dagboekfragmenten afgewisseld worden met wat er daadwerkelijk gebeurd is. Doordat die fragmenten aanvankelijk voorlopen op de daadwerkelijke fabel krijg je ook cliffhangers die de spanning vergroten.

De spanning zit hem overigens niet echt in het zinloos geweld zelf. Dat gebeurt vrij voorin het boek en wordt vrij kort beschreven. Het boek behandelt vooral de nasleep en de gevolgen van het voorval.

Nienke oppert het idee om in de klas leerlingen te laten uitpluizen hoe het incident door verschillende personages in het boek wordt beleeft. Dat vindt ik een heel goed idee, omdat dat ook de kracht van het boek is. Iedereen zal het in eerste instantie bijvoorbeeld een rotstreek vinden dat Amarins het uitmaakt met Ties, maar doordat de gevolgen van het zinloos geweld voor alle personages goed belicht worden, kun je je wel in haar verplaatsen.

Het feit dat er geen happy Hollywood einde aan zit vind ik ook positief. De daders gaan bijvoorbeeld ook niet helemaal om in een sorry-modus na het slachtoffer-dadergesprek. Ze bleven een beetje ongemakkelijk, stil onderuitgezakt zitten wegkijken. 

Ik begrijp niet helemaal waarom Nienke inschat dat een volwassen lezer het boek moeilijk in één keer uit zou kunnen lezen. De leefwereld van Ties is er inderdaad één van jonge lezers, maar ik had persoonlijk niet het idee dat ik me niet kon voorstellen wat er gebeurde. Het is logisch beschreven. 

Qua taalgebruik denk ik evenals Nienke dat de doelgroep van 12 tot 16-jarige lezers een goede inschatting is. Personages zijn vaker net iets ouder in jeugdliteratuur dan de doelgroep, zodat lezers nog een beetje opkijken tegen die personen. Dat zijn figuren waar puberende kinderen makkelijker iets van willen leren, zonder dat het als opgelegd overkomt.


woensdag 30 maart 2016

Reactie op de recensie van Dorst, Esther Gerritsen

Reactie op de recensie die Gemma Peters schreef over het boek Dorst van Esther Gerritsen. Reactie geschreven door Jet van Os

Net zoals Gemma heb ik het boek Dorst gelezen. Gemma vindt het een aangrijpend boek, vooral door de beeldende beschrijvingen en de beklemmende dialogen tussen de moeder en de dochter. Ze noemt het woord ´onmacht´. Onmacht is inderdaad tekenend voor de relatie tussen moeder en dochter. De moeder is ziek en wordt niet meer beter. De dochter raakt daarvan in de war (nog meer dan ze al was..) en gaat zich anders gedragen. De beide vrouwen willen eigenlijk wel nader tot elkaar komen maar weten beiden niet hoe. Deze onbeholpen moeder-dochter relatie bepaalt het verhaal.


dinsdag 29 maart 2016

Reactie op de recensie "Ik zoek een woord" van Helen Uijlenbroek door Erik Vloedgraven



Reactie op de recensie "Ik zoek een woord" van Helen Uijlenbroek door Erik Vloedgraven

Net als Helen (en een groot aantal andere medestudenten) heb ik de dichtbundel ‘Ik zoek een woord’ van Hans en Monique Hagen gelezen. Net als een aantal andere medestudenten kwam ik bij deze dichtbundel uit door de recensie van Helen. Dat ik die recensie las en daardoor bij de dichtbundel uitkwam, is voor mij een groot geluk; ik heb genoten van de dichtbundel.

Helen beschrijft onder het kopje ‘Mijn mening’  dat ze vooral geniet van gedichten met tekeningen of humor erin. Qua humor is er genoeg te kiezen in de bundel ‘Ik kies een woord’. Dat zorgde ervoor dat ik, ondanks dat ik weinig poëzie heb gelezen in mijn leven, erg genoten heb van deze bundel. De humor maakt deze bundel geschikt voor mensen die voor het eerst met poëzie in aanraking komen. Mede daarom vind ik de bundel net als Helen uitstekend geschikt voor leerlingen op de middelbare school. Ik ga zeker een aantal gedichten gebruiken in mijn lessen poëzie in de onderbouw. Eén van de gedichten waar ik het meest van genoot was van Gil van der Heyden en heet ‘Briefje’:

                ‘Briefje geschreven.
                Tot een propje gedraaid.
                Achter de rug van de leraar
                in haar richting gemikt.

                Karin zien knikken.
                Briefje in haar hand.
                Gelezen dat ik vroeg:
                ‘Schat, loop je nu met mij?’

                Warm en rood geworden.
                Van zenuwen pukkel opengekrabd.
                Karin verdomme.
                Briefje was voor Els bestemd.’ (Ik zoek een woord, p.134)

Gedichten als deze zorgden ervoor dat ik de bundel met een glimlach op mijn gezicht heb uitgelezen. Toch zitten er ook zwaardere gedichten in de bundel. Deze zijn bruikbaar om maatschappelijke thema’s bespreekbaar te maken. Zo is het gedicht ‘Recht op vrije meningsuiting’ (Ik zoek een woord, p. 110) heel bruikbaar om de recente terroristische aanslagen te bespreken. Daarbij is genoeg ruimte om nuance aan te brengen en respectvol te praten over actualiteit. Daar is poëzie zeer geschikt voor.

Doordat deze bundel serieuze gedichten en speelse gedichten met humor bevat, is deze bundel zoals Helen al aangaf voor brede lagen van de bevolking uitstekend bruikbaar. Daardoor kan ik deze bundel gebruiken in mijn eerste klas VMBO-HAVO en in mijn derde klas HAVO. Ik hoop dat mijn leerlingen dan net zoveel plezier aan poëzie beleven als ik had tijdens het lezen van deze bundel.

vrijdag 25 maart 2016

Reactie op de gedichtenbundel "Het moest maar eens gaan sneeuwen" van Tjitske Jansen.
Recensie geplaatst door Brigitte. Reactie geplaatst door Paul Faassen.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik het best saai vind om gedichten te lezen. Mijn interesse voor dit gedichtenbundel werd gewekt door de voorkant van het boek.
Zoals al aangegeven door Brigitte is het eerste gedicht een soort van haiku. Als ik de gedichten lees, zeggen de meeste mij niet zo veel. De titel van dit gedichtenbundel kom je tegen in het gedicht De Sneeuwkoningin op blz. 22-23: Het is te laat. Hij ziet haar al. Hij is al niet meer hier. Het moest maar eens gaan sneeuwen.  Ik persoonlijk vind onderstaand gedicht het mooiste uit het boek:
Voor zijn verjaardag

Ik weet de kleur waar hij het liefst op loopt
Ik weet de kleur die hij bij voorkeur draagt

Maar lopen is niet altijd hetzelfde als slapen
en dragen niet hetzelfde als wakker worden.

Ik heb hem dus gevraagd: in welke kleur wil jij het liefste
slapen, in welke kleur wil jij het liefste wakker worden.

In de kleur van jouw ogen zei hij, in de kleur van jouw huid.
Ik heb er niet naar gezocht. Ik wist ook zonder zoeken wel

dat er geen winkel bestaat die dekbedovertrekken verkoopt
in die kleuren. Er zit niets anders op. Ik moet voor altijd

bij hem slapen.

Hoewel het lijkt alsof hier de relatie al wat langer duurt, zitten er toch redeneringen in die kinderlijk zijn:  in strofe 2 worden lopen en slapen en dragen en wakker worden met elkaar vergeleken. 
De opbouw van de gedichten is verschillend: van 3 korte zinnen tot lange zinnen zonder komma's en punten. Zoals Brigitte al zegt met verschillende soorten rijm.  Ik ben het met Brigitte eens dat deze bundel geschikt is voor jongeren. Het is vrij gemakkelijk te lezen.
Jij hebt gekozen voor het gedicht De Stiefmoeder. Het zou inderdaad te maken kunnen hebben met het sprookje van Assepoester, maar het kan ook de echte situatie van de schrijfster ten opzichte van haar eigen stiefmoeder aangeven. Dat er sprake is van een paradox kan ik er eerlijk gezegd niet uithalen, maar het is zeker zo dat de stiefdochter vernederd wordt.




maandag 21 maart 2016

Reactie op de recensie "Pizzamaffia" van Erik Meurs door Erik Vloedgraven



Reactie op de recensie "Pizzamaffia" van Erik Meurs door Erik Vloedgraven

Net als Erik heb ik Pizzamaffia gelezen. Naar aanleiding van de recensie die Erik heeft geschreven wil ik graag reageren op het gedeelte “recensie”.

Het eerste punt dat Erik aanstipt in zijn recensie is het taalgebruik in het boek. De schrijver, Khalid Boudou, is zelf van Marokkaanse afkomst en weet straattaal met schrijftaal te vermengen. Erik stelt terecht dat het voor ervaren lezers relatief eenvoudig is om de betekenis van woorden als ‘wallah’  en ‘arwiena’  uit de context te halen. Voor meer beginnende lezers kunnen deze woorden lastiger te begrijpen zijn. Toch ben ik het ook met Erik eens dat dit taalgebruik, met name de spreektaal, voor leerlingen aantrekkelijk kan zijn. Spreektaal en straattaal maken inleving zeker voor VMBO-leerlingen makkelijker. Daarom ben ik het met Erik eens dat het verhaal aantrekkelijk is voor leerlingen om te lezen en dat zij het met plezier zullen lezen. Er zitten genoeg grappige passages in die dit boek aantrekkelijk maken voor jonge lezers vanaf een jaar of twaalf:

‘Die ouwe vrachtwagenchauffeur vroeg om pijlen aan de bar en toen liepen we naar achteren. Ik moest me echt concentreren om niet om te vallen.
Ik kan niet eens normaal tussen de lijntjes schrijven, laat staan pijltjes in de goede richting gooien. De eerste pijlen gingen nog goed. Niet echt in het midden zoals Haas dat deed, maar ik gooide ze in ieder geval op het bord. Maar bij de vijfde keer ging het dus echt fout. Ik vergat, ik weet niet hoe het heet… je weet wel, dat staartje op de achterkant van de pijl. Daardoor zwabberde de pijl naar links en vloog recht tegen een fotolijst waarin allemaal vlaggetjes van motorclubs hingen. Het glas viel in duizenden stukjes op de grond.
Iedereen in de gare tent keek om. Wallah, alsof er net een bomba was ontploft of zo.’ (Pizzamaffia p.89)

De vraag die Erik in zijn recensie stelt over de tijdgebondenheid van het boek is in mijn ogen terecht. Ik ben van een leeftijd dat ik nog weet wat MSN was. Ook weet ik dat Justin Timberlake een zeer bekende artiest was of nog steeds is. Toch denk ik dat dit boek al binnen een aantal jaar moeilijker te lezen is voor de beoogde doelgroep. MSN is nu al niet populair meer en over een paar jaar weten weinig van onze leerlingen nog wie Justin Timberlake was. Daarnaast is het inderdaad de vraag hoe lang deze vorm van straattaal nog hip is. Straattaal verandert net zo snel als de kledingstijl van middelbare scholieren.. Dergelijke zaken maken dat dit boek vrij snel minder goed leesbaar zal worden. Mochten leerlingen dit boek dan alsnog willen lezen, is het bieden van enige context daarbij wel van belang.

Het enige punt uit de recensie van Erik waar ik anders naar kijk is het slot. In het slot komt het verhaal terug bij de proloog. Als lezer weet je dat Brahim achter Haas aangaat, aan het eind van het boek weet je als lezer waarom. Haas (de neef van Brahim) blijkt jaloers te zijn omdat Brahim alles had. Hij wilde hem een kopje kleiner maken, en schuwde daarbij weinig middelen. Uiteindelijk laat Brahim Haas wel leven, hoewel hij een pistool op zijn hoofd richt. Erik valt over het ‘Disney-achtige happy-end’. Dit kan inderdaad wat afgezaagd overkomen op de lezer. Ik zie het echter als een vorm van karakterontwikkeling. Brahim heeft in de achttien maanden die aan deze episode voorafgingen vooral zijn Marokkaanse kant laten zien: hard werken en terugslaan wanneer iemand je slecht behandelt. Brahim kan Haas hier de genadeklap toedienen. Hij doet dit uiteindelijk niet. In mijn ogen kan dit voortkomen uit het feit dat Brahim volwassener is geworden. Hij heeft veel om voor te leven en realiseert zich dat op dat moment. Dat maakt het slot in mijn ogen juist niet kinderachtig. Ik ben het niet meer Erik eens dat deze ingeving van Brahim bedoeld kan zijn om Brahim als held te blijven zien.
Al met al ben ik het wel met Erik eens dat het boek voor de jeugd van nu vanwege de aantrekkelijke schrijfstijl, de grappige situaties en de straattaal waar het boek bol van staat een boek is dat zou moeten aanslaan!

dinsdag 15 maart 2016

Reactie op de recensie "De jongen in de gestreepte pyjama" van Huub Braun door Erik Vloedgraven



Reactie op de recensie "De jongen in de gestreepte pyjama" van Huub Braun door Erik Vloedgraven

Net als Huub heb ik De jongen in de gestreepte pyjama gelezen. Naar aanleiding van de recensie die Huub heeft geschreven wil ik graag reageren op het gedeelte “persoonlijke mening”.
In tegenstelling tot wat Huub schetst had ik niet gelijk de aandrang om dit boek uit te lezen. Ik had eigenlijk best veel moeite om dit boek door te worstelen. Dat kan een gevolg zijn van de schrijfwijze van Boyne, maar kan ook een gevolg zijn van de vertaling. Dit laat ik daarom even in het midden. Dat laat echter wel onverlet, dat ik het geen prettig boek vond om te lezen in termen van stijl.  De kinderlijke schrijfwijze en de naïviteit van Bruno zorgden ervoor dat ik het boek eigenlijk steeds wilde wegleggen.
Die naïviteit van Bruno vind ik als historicus moeilijk te geloven. In termen van fictie ben ik het met Huub eens dat de vraag of de realiteit goed wordt weergegeven er eigenlijk niet toe doet. Toch kan ik er als historicus niet omheen dat deze fictieve weergave van de Tweede Wereldoorlog mij tegen ging staan. Vooral het feit dat Bruno niks zou weten van Joden en de Führer vind ik weinig geloofwaardig. Als zijn vader echt zo trots was op zijn vaderland, had Bruno als jongetje wel bij de Hitlerjugend gezeten (wat overigens ook verplicht was voor Duitse jongetjes tijden de Tweede Wereldoorlog). In dat geval had hij ook echt wel geweten wat er speelde. De vader van Bruno had hem echt wel verteld wat er speelde en waarom ze in ‘Oudwis’ moesten gaan wonen. Deze zaken maken voor een ‘normale’ lezer weinig uit, maar ik had tijdens het lezen last van beroepsdeformatie, waardoor het verhaal mij tegen ging staan.

De stijl hangt ook samen met de geschiktheid voor de beoogde lezer. Huub zegt in zijn recensie dat hij het boek geschikt vindt voor lezer vanaf veertien jaar. Ik zou eerder zeggen dat het boek vooral geschikt is voor leerlingen rond de twaalf jaar. Met name leerlingen in het eerste jaar van de middelbare school zouden dit boek kunnen lezen. De zwaardere thema’s van de Tweede Wereldoorlog zullen dan wel op gepaste wijze geïntroduceerd moeten worden. Ik ga echter uit van een beoogde lezer van ongeveer twaalf jaar, omdat oudere lezers, zeker op HAVO/VWO-niveau zich kunnen gaan ergeren aan de wat kinderlijke schrijfwijze.
Voor middelbare scholieren kan dit boek echter wel dienen als introductie van de Tweede Wereldoorlog en ook de vraag die Boyne poneert aan het eind van het boek:

‘En dat is het einde van het verhaal over Bruno en zijn familie. Natuurlijk gebeurde dit allemaal lang geleden en kan zoiets nu niet meer gebeuren.  Niet in onze tijd.‘ (De jongen in de gestreepte pyjama p.204)

Aan de hand  van die laatste zin is er de mogelijkheid om met leerlingen een klassengesprek te gaan voeren over waar de Tweede Wereldoorlog om draaide en in hoeverre een dergelijke situatie van discriminatie en volkerenmoord vandaag de dag nog zou kunnen plaatsvinden.

zaterdag 12 maart 2016

reactie op recensie van Huub 'De jongen in de gestreepte pyjama' - John Boyne

The Boy in the Striped Pyjamas’ (de jongen in de gestreepte pyjama) is het bekendste werk van John Boyne en werd in 2006 uitgegeven. Aanvankelijk was het Boyne’s bedoeling dat dit het een kinderboek zou worden. Toen het af was en ook volwassenen door het verhaal geraakt bleken, kreeg het boek het predicaat ‘ook voor jongere lezers’. Vandaar dat ik het commentaar dat dit boek mensen ergert, omdat er historische onjuistheden in voorkomen niet kan plaatsen. Zoals Huub ook al aangaf is dit een fictief verhaal met een kinderlijk perspectief. De gedachte om de holocaust te verbeelden vanuit de naïeve geest van een negenjarig jongetje is daarom goed. En hem te laten praten met een leeftijdgenootje – ze zijn op dezelfde dag geboren – door het hek is absoluut een vondst. Oudwis en de Furie zijn volgens mij expres zo genoemd als makkelijke metaforen die wij volwassenen meteen in verband brengen met Auschwitz en der Führer. Het staat de schrijver vrij om creatief met zaken om te gaan. De manier waarop Boyne dit verhaal gestalte geeft vind ik bijzonder. Als lezer weet je meer, maar je kruipt in het hoofd van Bruno, die met zijn negen jaar de onschuld zelve is. Hij begrijpt er allemaal niks van, hetgeen enerzijds wat ongeloofwaardig is voor een geïndoctrineerd SS'ers zoontje, maar wat anderzijds duidelijk maakt dat kinderen 'slachtoffer' zijn van hun omgeving en het lotsbestemming is waar je opgroeit.
Bruno’s kinderlijke gedachten en beschrijvingen zijn pakkend, ontroerend en gruwelijk tegelijk. Op pagina 121 wordt beschreven dat de jongens met hun vingers symbolen in het stof op de grond tekenen. Shmuel de jodenster en Bruno de swastika (het hakenkruis).

'Mijn vader heeft er ook een,' zei Bruno. 'Over zijn uniform. Een hele mooie. Felrood met een zwart-met-witte tekening erop.' Met zijn vinger tekende hij iets anders op de grond aan zijn kant van het hek.
'Ja, maar ze zijn niet hetzelfde, hè?' zei Shmuel.
'Ik heb nog nooit van iemand een mouwband gehad,' zei Bruno.
'Maar ik heb er nooit om gevraagd,' zei Shmuel.
'Ja, maar ik zou er toch best een willen hebben,' zei Bruno.
'Ik weet alleen niet welke ik liever zou willen, die van jou of die van vader.'

Ik vond het ook zo goed beschreven dat Bruno nog in een egocentrische belevingswereld zit en zich door zijn leeftijd nog niet goed in een ander kan verplaatsen. Dat leverde bizarre stukken tekst op. Zo ziet hij wel dat zijn vriend met de dag magerder en grauwer wordt en neemt zo nu en dan brood en kaas mee om aan Shmuel te geven. Op pagina 153 staat:

(...), maar de wandeling van huis naar de plek bij het hek waar de twee jongens elkaar ontmoetten was lang en soms kreeg Bruno onderweg honger en een hapje werd algauw twee hapjes, en die weer drie en tegen de tijd dat er nog maar een stukje over was wist hij dat hij dat moeilijk aan Shmuel kon geven omdat het hem alleen maar naar meer zou doen verlangen en zijn honger niet zou stillen.

Gênant en grappig tegelijk! Honger (!)

Verder vond ik het een geniale ontknoping. Het einde grijpt de meeste mensen naar de strot, omdat ze zich met de hoofdpersoon identificeren. Wat Bruno overkomt wordt symbool voor het onnoembare leed wat de joden in Auschwitz is aangedaan. En het is aan de vader van Bruno om in het laatste hoofdstuk uit te zoeken wat er precies is gebeurd. Dat lukt hem, en het is tevens het laatste wat hij bij zijn volle verstand heeft gedaan. Het heeft iets weg van een sprookje voor volwassenen. Aan de ene kant is dit boek kinderlijk geschreven, maar er zit een diepere laag. Dit boek is zeker bedoeld voor volwassenen aangezien een kind lang niet zo veel uit het boek kan halen als wat er staat. Tussen de regels door staat een verschrikkelijke geschiedenis geschreven.
“Het laatste hoofdstuk” eindigt met “En dat is het einde van het verhaal over Bruno en zijn familie. Natuurlijk gebeurde dit allemaal heel lang geleden en kan zoiets nu niet meer gebeuren. Niet in onze tijd.” 
Zonder twijfel een bijzonder boek...

Reactie op recensie 'de Vliegeraar' Khaled Hosseini - door Brigitte van Beekum

Ik wil graag reageren op de recensie van Ime van Berloo. Ook ik heb de vliegeraar -in een adem- uitgelezen en was daarvan zeer onder de indruk. Toen dit boek in 2003 uitkwam was het bijzonder vernieuwend, want de combinatie van het bijzondere land waarin het verhaal zich grotendeels afspeelt, het voor ons vrij onbekende Afghanistan, met de universele thema's zoals: liefde, eer, schuld en verlossing werd nog niet eerder zo beeldend beschreven. Het is het prachtige verhaal van een vriendschap die stukgaat, maar het is meer dan dat. Schrijver Hosseini vangt de couleur locale van het vredige Kabul van de jaren ’70 in schitterende taal en bijzonder indrukwekkende beschrijvingen. Grootse verjaardagsfeesten en winterse vliegerwedstrijden, dingen die je als westerling nog nooit gezien hebt, staan je plotseling levendig voor de geest. Dit is een kenmerk van de auteur, want hetzelfde overkomt je bij het lezen van zijn tweede roman 'Duizend schitterende zonnen'. Wat ook typerend is voor Hosseini is hij een nieuw verhaal toevoegt nadat het eerste verhaal 'klaar' is en dit een tweede keer herhaalt, totdat de drie aktes prachtig samenkomen in een mooi afgerond einde. Bij de vliegeraar gaan de eerste tien hoofdstukken over vriendschap en verraad, daarna over de band van Amir met zijn vader -Baba- en tenslotte als deze gestorven is over de boetedoening van Amir als hij de zoon van Hassan Sohrab redt en meeneemt naar Amerika.
In tegenstelling tot Ime ben ik er niet van overtuigd dat deze vriendschap een voorbeeldfunctie heeft. Ik vind de vriendschap zeer ongelijkwaardig, zeker als je de gedachten van Amir leest op pagina 41:
Hij is helemaal niet mijn vriend! had ik bijna uitgekraamd. Hij is mijn bediende! Had ik dat echt gedacht? Natuurlijk niet. Natuurlijk niet. Ik behandelde Hassan goed, als een vriend, beter zelfs: meer als een broer. Maar als dat zo was, waarom speelde ik alleen met Hassan als er niemand anders in de buurt was?
Toch vind ik dit ook wel weer heel menselijk en maken juist dit soort zinnen dit boek zo bijzonder en onderscheidend, die duistere gedachten, waar je niet trots op bent, die dan zo ineens op papier staan.  Hoewel ik Amir kan vergeven dat hij niet de moed had in te grijpen toen zijn trouwe Hassan afgetuigd werd, vind ik zijn latere daad om niet meer elke dag met zijn eigen onvermogen geconfronteerd te worden beneden alle peil. Ik kreeg last van plaatsvervangende schaamte.
Ook zijn vader is hypocriet. Op pagina 20 beweert hij:
Wat de mullah ook mag beweren, er is slechts een zonde, niet meer dan een. En dat is diefstal. Elke andere zonde is een variatie op diefstal (...) Als je een leugen vertelt, steel je iemands recht op de waarheid. En laat Baba zelf nou geen zuiver geweten hebben!
Verkrachting, steniging en loutering zijn heftige ingrediënten, maar maken dit boek oh zo mooi.

Voor de jongere lezer is deze bestseller als graphic novel (2011, Amsterdam, Uitgeverij Oog & Blik | De Bezige Bij) verkrijgbaar. Het beeldverhaal is geïllustreerd door Fabio Celoni en Mirka Andolfo.